Narcis

De voorouders van Narcis groeiden rond de Middellandse Zee, in geschriften worden ze zo’n 300 jaar voor onze jaartelling al genoemd. De Grieken waren er goed bekend mee, maar vooral de Romeinen waren er dol op: ze werden er al gecultiveerd. Na de Romeinse beschaving werd Narcis echter een vergeten bloem, die pas in de zeventiende eeuw weer van onkruid naar bloem promoveerde. Europese emigranten namen bollen mee naar Amerika: voor pioniers was narcissen in de tuin hebben een manier om hun oude en nieuwe land met elkaar te verbinden.

Narcis komt tegenwoordig nog in het wild voor in weilanden, bossen en rotsige plekken in geheel West-Europa, behalve Zuid-Spanje en Portugal. De plant groeit naar hartenlust in bermen, parken en op grasvelden.