Dendrobium

De ongeveer 200 Dendrobiumsoorten komen van nature voor in een vrij groot verspreidingsgebied in de vorm van een enorme driehoek tussen de Himalaya, zuidelijk Japan tot aan Nieuw-Zeeland. De plant werd in 1799 in kaart gebracht door Olof Swartz. Sindsdien is het aantal kweekvormen gestegen tot meer dan 1200.

Dendron is Grieks voor ‘boom’, ‘bios’ betekent leven – de naam doelt op de manier waarop ze in het wild groeien: het liefst op bomen, maar soms ook op rotsen. De soorten uit koelere streken gedijen prima in een huiskamerklimaat.

In de Chinese geneeskunde worden delen van sommige Dendrobium soorten gebruikt om een tonicum van te trekken dat goed zou zijn voor de spijsvertering en dat het ‘yin’ (vrouwelijke) in de mens zou voeden. De kamerplant geldt daar als het ultieme geschenk voor een beste vriendin. Als een man een vrouw een Dendrobium schenkt in China, dan is dit een symbool van ongekende hartstocht, maar het kan ook als ongepast beschouwd, door de erotische uitstraling van de plant met haar wulpse lip.