Blauwe druifje

Het Blauwe druifje komt van oorsprong uit uit het Middellandse Zeegebied en Klein-Azië. 
Maar inmiddels is hij in heel Europa te vinden in verwilderde staat. De verschillende soorten lijken sterk op elkaar en zijn vaak alleen door specialisten te 
onderscheiden. De Muscari familie telt inmiddels 60 leden en tegenwoordig is ook het witte blauwe druifje erg populair. 

De botanische benaming Muscari kreeg het geslacht formeel in 1754 van de Britse botanist Philip Miller. De naam Muscari is afgeleid van het Griekse woord muschos ofwel muskus en refereert aan de lichtzoete muskusgeur van de bloem.

In Apulië, een regio in Zuidoosten van Italië worden de bolletjes van de Muscari comosum gegeten, in de vorm van de zogenaamde Insalata di lampascioni.
De smaak is nogal bitter. De bolletjes worden daarom eerst in zout water gekookt waarna het kookvocht wordt weggegooid.

De blauwe druifjes kun je het beste in het najaar planten van september tot en met november. De bolletjes zijn winterhard dus eens geplant hoeven ze niet meer uit de grond gehaald te worden! En zo kun je er ieder jaar opnieuw van genieten! 
Ook kun je de druifjes makkelijk vermeerderen door de kleine zijbolletjes op te graven en ergens anders uit te planten. Ook kun je blauwe druifjes gemakkelijk zaaien. Gezaaide druifjes geven echter pas na 2 jaar volwaardige bloemen.